1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
let words = ["aan"; "al"; "alles"; "als"; "altijd"; "andere"; "ben";
"bij"; "daar"; "dan"; "dat"; "de"; "der"; "deze"; "die";
"dit"; "doch"; "doen"; "door"; "dus"; "een"; "eens"; "en";
"er"; "ge"; "geen"; "geweest"; "haar"; "had"; "heb"; "hebben";
"heeft"; "hem"; "het"; "hier"; "hij"; "hoe"; "hun"; "iemand";
"iets"; "ik"; "in"; "is"; "ja"; "je"; "kan"; "kon"; "kunnen";
"maar"; "me"; "meer"; "men"; "met"; "mij"; "mijn"; "moet";
"na"; "naar"; "niet"; "niets"; "nog"; "nu"; "of"; "om";
"omdat"; "onder"; "ons"; "ook"; "op"; "over"; "reeds"; "te";
"tegen"; "toch"; "toen"; "tot"; "u"; "uit"; "uw"; "van";
"veel"; "voor"; "want"; "waren"; "was"; "wat"; "werd"; "wezen";
"wie"; "wil"; "worden"; "wordt"; "zal"; "ze"; "zelf"; "zich";
"zij"; "zijn"; "zo"; "zonder"; "zou"] ;;